Gouden regels Oosterscheldeduiker
Van DuikWiki
De 10 gouden regels van de Oosterscheldeduiker
1. De nollen of strekdammen zijn duikplaatsen waar sterke stroming veelvuldig voorkomt. Voorbeelden van deze duikplaatsen zijn: Gorishoek: ‘De vuurtoren’ of ‘De punt’; Hoek van Ouwerkerk, de nol van Zierikzee, dijkversterking noordwest van Sas van Goes.
2. Springtij (enkele dagen na volle en nieuwe maan) zal die stroming nog versterken. Hetzelfde geldt met hevige wind: vanaf een windsterkte van 5 à 6 Beaufort is het opletten geblazen! Alles hangt af van de tijd gedurende dewelke de wind zijn invloed op het watervlak heeft doen gelden en van de windrichting. Aanhoudende harde wind uit dezelfde hoek kan aan de lijzijde van de dijk plaatselijk toch een vlak wateroppervlak creëren, maar veroorzaakt altijd onberekenbare stromingen.
3. Duiken bij hoogwater is op deze duikplaatsen af te raden. Je kan ver meegesleept worden.
4. Informeer bij duikers met ervaring op elke duikplaats wat het ideale moment is om te water te gaan.
5. Slechts twee duikers verbonden met één lijn, de zogenaamde 'buddy line', aan de polsen of armen.
6. Bij 100 bar flessendruk keer je met behulp van het kompas langs de bodem terug naar de oever.
Bij te voorzien luchtgebrek verlaat je de bodem en stijg je verticaal op aan de voorgeschreven snelheid en zwem je op geringe diepte op kompas in de richting van de oever.
7. Boeien bij de duikplaats wijzen op netten of fuiken. Houd er rekening mee. Eerbiedig deze netten en fuiken. Zij zijn de legale broodwinning van vissers.
8. Verstoor geen dieren, raak ze niet aan en voed ze niet. Leer het onderwaterleven kennen en respecteren. Vermijd elke vernieling.
9. Houd de duikplaatsen schoon. Duik zoals je schaduw … laat geen enkel spoor na.
10. Moedig je duikbuddy's aan deze regels te volgen.
John Remue, Commissie Duikonderricht NELOS

